Tilly Schüller-Bosman

was lid van Ha’avoda en Sjear Jasjoew

Ik ging naar de jeugdbeweging Ha’avoda, een Rotterdamse afdeling van de Joodse Jeugdfederatie (JJF). Deze jeugdbeweging was niet religieus. We hadden series lessen over bijvoorbeeld zionisme en Joodse geschiedenis. We zongen ook veel Ivriet-liedjes. Soms maakten we fietstochtjes, af en toe samen met jongeren van andere JJF-afdelingen in de buurt van Rotterdam. Onderweg gingen we ergens zitten, daar aten we en zongen we Hebreeuwse liedjes. We namen ook deel aan zomerkampen.

In Rotterdam leerde ik soldaten van de Joodse Brigade kennen. Zij organiseerden sociale activiteiten voor de weinige Joodse jongeren in de stad. Ze gaven Hebreeuwse lessen en andere cursussen in het Duits of Jiddisch. Sommigen van ons gingen naar de soldaten toe en raakten hun insignes aan: de blauwwitte vlag met de davidster. Nadat de soldaten van de Joodse Brigade naar Palestina terugkeerden besloot ik dat ik niet in Nederland wilde blijven maar naar Erets Jisraël wilde emigreren. Om me daarop voor te bereiden ging ik naar een trainingsprogramma, de hachsjara in Utrecht. Ik werkte in de groentetuin en woonde in het pioniershuis in de stad. In december 1946 vond het eerste naoorlogse zionistencongres in Bazel plaats. Met een groep vrienden ben ik erheen geweest. Het sneeuwde er hevig.’

Lorem ipsum dolor sit amet, consectetur adipiscing elit. Ut elit tellus, luctus nec ullamcorper mattis, pulvinar dapibus leo.