veerkracht.online

een online platform over de Joodse jeugdbeweging in het Nederland van kort na de Tweede Wereldoorlog

Sellie Lilian-Stodel

Sellie Lilian-Stodel

Advertentie in ‘Centraal Blad voor Israelieten in Nederland’, 7 mei 1937 stodel
Advertentie in ‘Centraal Blad voor Israelieten in Nederland’, 7 mei 1937

‘Ik ben geboren in Amsterdam op 21 februari 1933.  Mijn ouders waren Salomon “Bondy” Stodel en Elisabeth Morpurgo. Mijn oudere broer Jacob Salomon Stodel werd geboren op 11 oktober 1927 (overleden 18 maart 2007 in Londen.) Wij woonden in Amsterdam-Zuid, Rubensstraat 76. Mijn vader en zijn broer Bernhard hadden samen de kunsthandel J. Stodel VOF.’

Delftse Antiekbeurs, 1 januari tot 8 januari 1949. Beeld: website Salomon Stodel
Delftse Antiekbeurs, 1 januari tot 8 januari 1949. Beeld: website Salomon Stodel

 

Anti-Joodse maatregelen

 

‘Ik ging naar de openbare lagere school aan de Jan van Eijckstraat. Op deze Daltonschool waren zoveel Joodse kinderen dat deze school in 1941 tot Joodse school werd omgevormd. Joodse kinderen van andere scholen moesten nu naar deze Daltonschool.’

 

Onderduik in Breda en Brussel

 

‘Ik ben met mijn ouders en mijn broer Jacob op 9 augustus 1942 ondergedoken in Breda. Mijn ouders zaten op een ander adres dan mijn broer en ik, maar we waren wel in hetzelfde huis. Mijn broer en ik zaten ondergedoken op de eerste verdieping van het huis waar een slagerswinkel in gevestigd was en mijn ouders op de tweede verdieping van het huis, die een andere ingang had. Tot mei 1944 zaten we daar ondergedoken.

Toen er problemen kwamen zijn we met hulp van de illegaliteit in mei 1944 naar Brussel, Schaarbeek, gevlucht. In Brussel hebben we met ons vieren veel gewandeld. Tussen de plaatselijke bevolking die overwegend klein en donker is vielen wij niet op. Bovendien kende men ons daar niet van gezicht. In Brussel zijn we op 3 september 1944 bevrijd door de Canadezen en Engelsen. We hebben dus de Hongerwinter en de laatste ellende in Nederland niet meegemaakt.’

 

Terug naar Nederland

 

Kunsthandel Jacob Stodel, Rokin 70, Amsterdam, 1955. Beeld: Stadsarchief Amsterdam

‘Mijn ouders en ik zijn pas in 1947 uit België naar Nederland teruggekomen. Mijn ouders hebben een ander huis gehuurd, ook in Amsterdam-Zuid, Michelangelostraat 52. Mijn broer kwam ook weer bij ons wonen en mijn vader bouwde de kunsthandel opnieuw op.

Jacob Stodel en zijn vader Salomon Stodel in 1957, op de Oude Kunst- en Antiekbeurs in Delft.
Jacob Stodel en zijn vader Salomon Stodel in 1957, op de Oude Kunst- en Antiekbeurs in Delft. Beeld: website Salomon Stodel

Ik ging toen naar de G.I.C.O.L. (Gemeentelijke Inhaal Cursus voor Opgedoken Leerlingen). Mijn broer, die al direct na de bevrijding naar Nederland is teruggekeerd, heeft daar eindexamen hbs gedaan. Vanaf september 1947 ben ik naar de weer opnieuw geopende Joodse hbs gegaan. Daar heb ik een paar jaar later ook eindexamen gedaan.

Bij terugkomst in Nederland werd mijn broer meteen actief in de Joodse gemeente, onder andere in de Joodse jeugdverenigingen. Hij heeft met zijn oude kameraad Werner Rothschild, die hij al van voor de oorlog kende, en met Hans Bloemendal, die hij niet kende van voor de oorlog, Tikwatenoe opgericht.’

Sellie Lilian-Stodel en Rivka Weinstock tijdens een schoolreisje van de joodse HBS, 1948. Beeld: Collectie Joods Museum, Amsterdam
Sellie Lilian-Stodel en Rivka Weinstock tijdens een schoolreisje van de Joodse HBS, 1948. Beeld: Collectie Joods Museum, Amsterdam

 

Tikwatenoe

 

‘Ik ben waarschijnlijk eind 1948 of begin 1949 als hulp-madriecha bij Tikwatenoe gekomen. Het was het jaar dat de dochter van Hans Bloemendal, Betty, nog een baby was. In dat jaar was er ook een Tikwatenoe-kamp (machane). Misschien heeft mijn broer gevraagd: “Kun je niet eens helpen?” Waarschijnlijk ben ik er zo ingerold.

Onze bijeenkomsten waren op Sjabbatmiddag in het bijlokaal van de synagoge Jacob Obrechtplein. Er kwamen tussen de vijfentwintig en vijftig kinderen. Het waren altijd grote groepen. De kinderen waren tussen de zeven en twaalf jaar oud. Ze werden in leeftijdsgroepjes verdeeld. Er was een groepje van vijf à zes kinderen van zes jaar, enzovoort.

Behalve ikzelf waren er meerdere madrichiem en madrichot. Ik herinner me als mede-madrichiem alleen nog Brendele Herzberger, die een paar jaar jonger was dan ik, en Marco Reiner (later Rinat), die weer een paar jaar ouder was en in feite boven me stond. Hij gaf mij instructies van wat ik moest doen op de bijeenkomsten. Eerst had je de sjoeldienst, dan kwam er een sji’oer (les) en daarna werden er spelletjes gedaan. Bij mooi weer ging je buiten spelen. Dat was een volgorde die al vaststond voordat ik er kwam.

Groepsfoto Tikwatenoe. De heer Salomons alias ‘Dikke Sjloime’ (geheel links op de 2e rij van boven). Achterste rij vlnr: mevrouw Roos, Itschak Salomons (de zoon van de heer Salomons), Willy Meyers-de Rood, mevrouw Slap, Selly Lilian-Stodel, Betsy de Rood (zuster van Willy), Eddy Roos (zoon van mevrouw Roos, zich achter Betsy), Cilly Just, Ruth Gans, Brendele Herzberger, Gershon Eisenmann, Ronnie Slap (zoon van mevr. Slap), Kitty Deen (2e van rechts op 2e rij van boven). Beeld: privé-archief Brendele Herzberger

Wat ik me ervan herinner is dat ik me altijd wel voorbereidde op een klein stukje Torah, wat er die week gelezen werd uit de Torah, of dat ik iets vertelde over de zionistische geschiedenis. Voor de rest was het spelletjes doen en liedjes zingen en hora dansen.

Er was ook Tikwatenoe in de Lekstraat-synagoge en in het centrum van de stad in de Plantage Parklaan, dat was het gebouw van de Joodse gemeente. Volgens mij waren daar ook bijeenkomsten, want ik liep weleens van ons huis naar de Plantage Parklaan om daar een kvutsa (groepje) te hebben. Ook in de Lekstraat ben ik wel geweest.

Hans Bloemendal schreef verhalen, leuke verhalen over situaties in het Joodse leven. Maar ik kan me niet herinneren dat wij die verhalen ook gebruikten bij de bijeenkomsten.’

 

Zomerkampen

 

‘Ik weet nu niet meer waar we met de zomerkampen waren. We waren in jeugdherbergen, geloof ik. We zetten speurtochten in het bos op touw. Iedere ochtend was er een sjoeldienst en daarna aten we gezamenlijk. We organiseerden ook grote spelen.

Tikwatenoe-zomerkamp-Lunteren, 1953. Brendele Herzberger geeft ochtendgymnastiek. Beeld: privé-collectie Brendele Herzberger
Tikwatenoe-zomerkamp in Lunteren, 1953. Brendele Herzberger geeft ochtendgymnastiek. Beeld: privé-collectie Brendele Herzberger

Zo’n kamp duurde denk ik een week. In ieder geval was er een Sjabbat in. Er waren natuurlijk ook lastige kinderen. Gewoon stoute jongens en meisjes die vervelend waren. Ik herinner me nog het voorval van een jongetje die door een van de leiders met zijn hoofd onder de kraan gehouden werd omdat hij vervelend was.

In die tijd werd er – althans bij die kinderen – niet over de oorlog gesproken. Oorlogstrauma’s spelen tegenwoordig meer mee dan toen geloof ik.’

Tikwatenoe-zomerkamp-Lunteren, 1953. Brendele Herzberger geeft ochtendgymnastiek. Beeld: privé-collectie Brendele Herzberger
Tikwatenoe-zomerkamp in Lunteren, 1953. Brendele Herzberger geeft ochtendgymnastiek. Beeld: privé-collectie Brendele Herzberger

 

Chanoeka onder de pastorie

 

‘In 1947 hield Tikwatenoe een groot Chanoekafeest in Hotel Krasnapolsky in Amsterdam. Er werd een groot toneelstuk Chanoeka onder de pastorie opgevoerd, geschreven door Hans Bloemendal. Er zullen zo’n drie- tot vierhonderd kinderen geweest zijn. In dat toneelstuk had ook ik een klein rolletje.

lidmaatschapskaart Tikwatenoe
Lidmaatschapskaart Tikwatenoe

Je kreeg als je lid was van Tikwatenoe een lidmaatschapskaart. Er is een tijd geweest dat je een zegeltje kreeg als bewijs dat je op een bijeenkomst was geweest. Dat zegeltje kon je na Sjabbat op die lidmaatschapskaart plakken. Ik denk dat dat later niet meer werd gedaan.

Je kreeg ook een speldje ten teken dat je lid van Tikwatenoe was. Ik meen me te herinneren dat het een soort Magen David was, met daarin de Hebreeuwse letter “tav”, de beginletter van Tikwatenoe, daarin verwerkt.

Iton Tikwaténoe, 2e, jrg., nr. 2, 1948
Iton Tikwaténoe, 2e jrg., nr. 2, 1948

Ik heb nooit een diploma of cursus gevolgd op dat gebied, maar omgaan met kinderen ligt mij goed. Toen vond ik het leuk en prettig, en eigenlijk is dat nog steeds zo, zelfs op mijn leeftijd. Ik kan me geen leven voorstellen zonder Tikwatenoe. De jaren dat ik daar leidster was, hebben mij veel positiefs gebracht. Zo ontdekte ik dat ik redelijk goed kan organiseren, en die vaardigheid is in mijn tijd als leidster alleen maar verder ontwikkeld. In 1953-1954, ik was toen twintig of eenentwintig jaar oud, ben ik gestopt bij Tikwatenoe.’

 

Chemisch analiste en overname antiekzaak

 

‘Na mijn eindexamen heb ik een jaar medicijnen gestudeerd, maar dat kon ik niet volhouden. In die tijd ben ik lid van de NZSO geworden. Daarna studeerde ik voor analiste, en ik bleef lid van de NZSO. Dat kon wel. Maar van die tijd kan ik me heel weinig herinneren.

Ik werd chemisch analiste en deed scheikundig onderzoek op een laboratorium. Hans Bloemendal werkte destijds op het Nederlands Kanker Instituut (NKI) als chemicus. Hij heeft mij geholpen aan een baan. Ik ben bij de Universiteit van Amsterdam gekomen op het histologisch laboratorium. Daar heb ik enkele jaren gewerkt.

Jacob Stodel en prins Bernhard op de Valkenburg Art Fair in 1982
Jacob Stodel en prins Bernhard op de Valkenburg Art Fair in 1982. Beeld: website Salomon Stodel

Daarna ben ik getrouwd, heb kinderen gekregen en hen opgevoed. Toen in 1971 en 1972 mijn ouders overleden, hebben mijn broer en ik de zaak van mijn vader voortgezet. Dus vanaf 1972 tot de dag van vandaag ben ik antiquair. Ik heb geen kunstgeschiedenis gestudeerd, maar ik ben erin opgegroeid. De inkoop kan ik niet zelf doen, daar heb ik een hele goede directeur voor. De zaak bestaat nog steeds. Ik ben er zo goed als iedere dag te vinden.’

Joseph Estié
Joseph Estié is werkzaam bij Salomon Stodel Antiquités. Hij is tevens panellid van het tv-programma ‘Tussen Kunst en Kitsch’. Beeld: website Salomon Stodel
Deel deze pagina