Hasjomer Hatzair
Hashomer Hatzair (de Jonge Wachter), de in 1913 in Oost-Europa opgerichte Joodse jeugdbeweging, groeide uit tot een internationale beweging die ook in Nederland actief was. Hasjomer Hatzair was een kleine organisatie die gelieerd was aan Mapam, een partij die links van de Israëlische Arbeidersparij stond.
Leonard Ornstein schrijft in Nehije koelanoe chaloetsiem. Haboniem 60 jaar: ‘Ooit kende Nederland twee socialistische zionistische jeugdverenigingen, Hasjomer Hatzair en Haboniem. Als negenjarig jongetje was ik door mijn ouders naar Hasjomer Hatzair gestuurd. Hasjomer had een wit koordje in de blauwe blouse. Haboniem had dat rode koordje. Wij van Hasjomer zaten boven, de Haboniemers zaten beneden (in hetzelfde gebouw).
Haboniem had veel meer leden. De organisatie was veel groter én er waren wat luxueuzere faciliteiten. Hasjomer was kleiner en armer. Dat kwam doordat sommige chaveriem (leden) uit de laatste restjes van het Joodse proletariaat afkomstig waren. Wij van Hasjomer keken een beetje neer op Haboniem. Je hoorde ze veel meer keet trappen dan bij ons was toegestaan. Snoepgoed was er altijd rijkelijk aanwezig. Wij waren veel serieuzer en gedisciplineerder.
En het belangrijkste was: wij voelden ons recht in de leer van het socialistische en het zionisme, terwijl er bij Haboniem maar wat aangerotzooid werd. Er was duidelijk sprake van een mentaliteitsverschil tussen Hasjomer en Haboniem. Ik was er trots op bij die club van boven te zitten en hield me verre van die revisionisten van beneden.’¹
Oud-Haboniem-lid Awraham Soetendorp schreef: ‘In die dagen versloegen Frank Polak en ik de concurrent Hasjomer Hatzair, die links van Haboniem een eigen positie trachtte te veroveren met haar eigen middelen. Wij worstelden door Das Kapital van Karl Marx en maakten ons zijn Verelendungstheorie eigen.
Alvorens het debat aan te gaan, joegen wij allereerst de nieuwe aanhangers het schaamrood op de kaken door glashard te tonen dat zij hun eigen klassieken niet kenden. Vervolgens wezen wij op de ondeugdelijkheid en immoraliteit van een leer die toestond dat de situatie van de arbeiders onhoudbaar werd, zodat op de puinhopen een rechtvaardige samenleving kon worden gebouwd, zie de Sovjet-Unie. Hasjomer Hatzair was in Nederland slechts korte tijd beschoren. Het verband, geef ik toe, blijft nog onbewezen.’²
Bron: Manfred Gerstenfeld & Wendy Cohen-Wierda, Veerkracht. De (her)oprichting van de Joodse jeugdbewegingen in Nederland 1945-1965, Amsterdam, 2019, p. 31-32.
____________
Noten:
1. Leonard Ornstein, ‘Hoe mijn Hollandse nuchterheid het won van mijn zionistische dromerigheid,’ in: Joël Serphos (red.), Nehije koelanoe chaloetsiem. Haboniem 60 jaar (Ichoed Haboniem-Dror BeHolland, 2010) p. 109.
2. Awraham Soetendorp ‘Herinneringen aan Haboniem’, in: Joël Serphos (red.), Nehije koelanoe chaloetsiem. Haboniem 60 jaar (Ichoed Haboniem-Dror BeHolland, 2010) p. 83.